top of page
  • beauvoerman

Olfactorisch vocabulaire

Bijgewerkt op: 22 aug. 2023

Wat wij ruiken is direct verbonden met onze menselijkheid. De receptoren in onze neus zijn namelijk verbonden met de amygdala en hippocampus. Dit zijn hersengebieden die verantwoordelijk zijn voor onze herinneringen en emoties. Geur raakt onze innerlijke wereld.

Wanneer geur verwerkt wordt in ons limbisch systeem, wordt het vastgelegd in onze autobiografische ‘database’. (1) Eeuwenlang werd ons reukvermogen door verscheidene filosofen, zoals Descartes, Aristoteles, Plato en Hegel, beschouwt als ‘vulgair, onuitgesproken, inferieur en grof’. Immanuel Kant was er zelfs van overtuigd dat de neus maar beter onontwikkeld kon blijven. Kant geloofde zelfs dat zonder reukvermogen een geurende tuin nog steeds gewaardeerd zal worden door haar visuele schoonheid. (2)

Waar vroeger academici de reuk beschouwde als een primitief zintuig, zijn in de loop van de 19e eeuw empiristen dit gaan beschouwen als een ongefilterde perceptie.

Het was Friedrich Nietzsche die het reukorgaan beschouwde als ons meest volmaakte orgaan dat onderscheid kan maken tussen waarheid en leugen. Hij beschouwt het menselijke reukvermogen als ‘’de ultieme waarheid’’. (3)

Het was Montessori die ervoor pleitte dat mensen hun zintuigen trainen, omdat ze anders de wereld niet kunnen begrijpen. “Without sensory perception, it is after all impossible to understand the relationship between words and objects, between our inner and external existence.” (4)

Vanuit de neus kan men een wereld creëren. De sleutel om ons reukvermogen te verfijnen ligt in een vertaling van het onbewuste proces naar bewuste ervaring. Deze vertaling vereist een vocabulaire dat onze geurbewuste momenten van sensatie en perceptie zal helpen. De Nederlandse taal kent niet heel specifieke omschrijvingen van geuren, behalve het woord ‘muf’.

Geur an sich is een universele taal die sterk verbonden is aan cultuur en sociale constructies. Asifa Majid, professor en psychologe, heeft een test gedaan bij verschillende groepen in Zuidoost-Azië. Daar deed ze de ontdekking dat culturen van jager-verzamelaars een rijke en gevarieerde taal hebben om geur te beschrijven. Zij gebruiken voor de omschrijving van geuren wel 12 tot 15 woorden en kunnen deze geuren ook veel beter identificeren. Onderzoekers schrijven dit olfactorische vocabulaire toe aan het leven in de jungle, waar geur een essentieel onderdeel is van het leven van jagers-verzamelaars. Majid zegt in een artikel uit 2011 dat ‘’Geur kan worden uitgedrukt in taal, zolang je de juiste taal spreekt.’’ (5)

In het Franse olfactorische magazine NEZ (6) gaat men in gesprek met een aantal parfumeurs waarbij de vraag wordt gesteld welke auteur tekstueel het meest uitblinkt als het gaat om het gebruiken van taal om geur(en) te kunnen omschrijven. Opvallend genoeg noemen ze bijna allemaal dezelfde auteur: Charles Baudelaire. Zijn dichtbundel Les Fleurs du Mal is het meest bekende werk dat onder andere heeft bijgedragen aan een vocabulaire voor geur. Hieronder één van Baudelaire zijn bekendste gedichten over geur:


A Hemisphere in your hair


“Long, long let me breathe the fragrance of your hair.

Let me plunge my face into it like a thirsty man into the water of a spring, and let me wave it like a

scented handkerchief to stir memories in the air.

If you only knew all that I see! all that I feel! all that I hear in your hair! My soul voyages on its

perfume as other men’s souls on music.

Your hair holds a whole dream of masts and sails; it holds seas whose monsoons waft me toward

lovely climes where space is bluer and more profound, where fruits

and leaves and human skin

perfume the air.

In the ocean of your air I see a harbor teeming with melancholic songs, with lusty men of every

nation, and ships of every shape, whose elegant and intricate structures stand out against the

enormous sky, home of eternal heat.

In the caresses of your air I know again the languors of long hours lying on a couch in a fair ship’s

cabin, cradled by the harbor’s imperceptible swell, between pots of flowers and cooling water jars.

On the burning hearth of your hair I breathe in the fragrance of tobacco tinged with opium and

sugar ; in the night of your hair I see the sheen of the tropic’s blue infinity; on the shores of your

hair I get drunk with the smell of musk and tar and the oil of cocoanuts.

Long, long, let me bite your black and heavy tresses. When I gnaw your elastic and rebellious hair I

seem to be eating memories.”


(Published in 1862 in, Le Spleen de Paris).


Bronnen:

(1) The Essence, Discovering the World of Scent, Perfume & Fragrance, pg. 15

(2) Id, pg. 12

(3) id. Pg. 12

(4) Id. pg. 14

(6) NEZ, the olfactory magazine, society, science, art, culture, perfume, edition 6.

Comments


bottom of page